ECLI:NL:RBDHA:2023:875
Rechtbank Den Haag · 30-01-2023 · zaaknummer NL21.19610
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft het verzoek van eiser tot opheffing van zijn ongewenstverklaring ingewilligd en een inreisverbod voor de duur van 10 jaar uitgevaardigd. Verweerder heeft aan de hand van het besluit om eiser artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegen te werpen en het arrest K. en H.F. voldoende gemotiveerd dat eiser nog steeds een actueel, werkelijk en voldoende ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij door de Taliban wordt gezocht of dat hij persoonlijk in de negatieve aandacht staat van de Afghaanse autoriteiten in verband met zijn werkzaamheden voor de KhAD/WAD, dan wel dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 van het EVRM.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
