ECLI:NL:RBDHA:2023:6522
Rechtbank Den Haag · 10-05-2023 · zaaknummer C/09/624841 / HA ZA 22-144
Inhoudsindicatie
‘Op 24 augustus 2020 is erflaatster) overleden. Erflaatster heeft bij testament van 5 juni 1992 [naam 2] en haar kinderen, met bepaling van plaatsvervulling benoemd tot haar erfgenamen. Ten behoeve van haar echtgenoot is een ouderlijke boedelverdeling in het testament opgenomen. Erflaatster heeft haar echtgenoot benoemd tot executeur-testamentair. Op 26 december 2018 had erflaatster een bedrag van € 30.000,00 overgemaakt aan haar zus. Erflaatster had een aantal sieraden(sets) onder zich ten tijde van haar overlijden. Ten aanzien van het bedrag van € 30.000,00 acht de rechtbank voldoende vaststaan dat sprake is van een geldlening van erflaatster aan haar zus. De vorderingen van de echtgenoot die betrekking hebben op dit bedrag wijst de rechtbank toe. De vordering van de zus tot afgifte van de sieraden wijst de rechtbank af.’
Advocaten
- D. Knecht
- M.A. Ossentjuk
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
