ECLI:NL:RBDHA:2023:6399
Rechtbank Den Haag · 03-05-2023 · zaaknummer NL21.20202
Inhoudsindicatie
In de specifieke omstandigheden van deze zaak, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank het niet redelijk en niet humaan om van eisers te verwachten dat zij nu nog een keer – voor de vierde keer – proberen Eritrea illegaal uit te reizen voor het ondergaan van DNA-onderzoek. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder niet heeft kunnen volstaan met het aanbieden van DNA-onderzoek op de Nederlandse ambassade in Soedan, en ook niet met het aanbieden van DNA-onderzoek op de Nederlandse ambassade in Ethiopië, maar op zoek had moeten gaan naar een alternatieve manier waarop het nader onderzoek naar de familierechtelijke relatie, dat verweerder terecht ter uitvoering van zijn deel van de samenwerkingsverplichting heeft aangeboden, op een daadwerkelijke en reële wijze aan eisers kon worden aangeboden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
