ECLI:NL:RBDHA:2023:6065
Rechtbank Den Haag · 13-04-2023 · zaaknummer 21_8157
Inhoudsindicatie
Het beroep ziet op de beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak is vastgesteld op € 1.301.000. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de waarde aannemelijk heeft gemaakt. Hetgeen eiser heeft aangevoerd, doet aan het voorgaande niet af. Ter zitting is bevestigd dat op grond van de algemene voorwaarden van de gemachtigde de vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn zal toekomen aan de gemachtigde en niet aan eiser, zodat het toekennen van de vergoeding voor eiser geen compensatie vormt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vergoeding voor immateriële schade af.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de gemeente Wassenaar
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Wassenaar
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
