ECLI:NL:RBDHA:2023:5890
Rechtbank Den Haag · 18-04-2023 · zaaknummer NL22.15027
Inhoudsindicatie
Eiser heeft de Somalische nationaliteit en hem is een inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaar. Niet in geschil is dat hij bij uitzetting naar Somalie een reeel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Evenmin is in geschil dat eiser is veroordeeld voor het plegen van meerdere misdrijven. Eiser heeft opheffing van het inreisverbod gevraagd. Hoewel verweerder niet ten onrechte een zwaar gewicht toekent aan de door eiser gepleegde strafbare feiten, is de rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eisers positieve gedragsverandering geen aanleiding geeft om het inreisverbod op te heffen. Eiser heeft toegelicht dat hij in het verleden naar de alcohol greep en in crimineel gedrag verviel, omdat hij geen enkel toekomstperspectief had. Nadat hij in augustus 2020 slachtoffer werd van een geweldsmisdrijf, als gevolg waarvan hij ernstig hersenletsel opliep en in coma lag, besloot hij, nadat hij uit de coma ontwaakte, het roer om te gooien. Uit de overgelegde justitiële documentatie blijkt dat hij sinds augustus 2021 niet meer in aanraking is geweest met politie en justitie. Na zijn laatste detentie hebben verschillende hulpverleners het initiatief genomen om hem hulp en steun te bieden om de vicieuze cirkel waar hij zich in bevond te doorbreken. Sinds hij hulp en ondersteuning ontvangt, heeft hij structuur in zijn leven en laat hij een positieve gedragsverandering zien. De rechtbank is van oordeel dat eiser met deze verklaringen heeft aangetoond dat hij vanaf augustus 2021 de juiste weg is ingeslagen. Ook betrekt de rechtbank dat niet in geschil is dat eiser al langer dan tien jaar in de situatie verkeert dat hij, sinds de vaststelling dat artikel 3 van het EVRM zich verzet tegen verwijdering, niet naar Somalië kan terugkeren. Deze omstandigheid, in samenhang bezien met het feit dat uit alle stukken blijkt dat eiser sinds 2021 een zeer positieve gedragsverandering heeft ondergaan en hij voor zijn (trauma)behandeling baat heeft bij duidelijkheid over zijn verblijfsstatus, zodat de ingeslagen positieve weg verder kan worden uitgebouwd, is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat het niet opheffen van het inreisverbod in zijn geval disproportioneel is. De beroepsgrond slaagt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
