ECLI:NL:RBDHA:2023:533
Rechtbank Den Haag · 19-01-2023 · zaaknummer NL22.24122
Inhoudsindicatie
Met betrekking tot de ‘circulair letter’ van 5 december 2022 overweegt de rechtbank dat de informatie in dit bericht niet tot een ander oordeel leidt met betrekking tot de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De “circulair letter” heeft naar zijn inhoud betrekking op de overdachten van vreemdelingen aan Italië en meer concreet op de opschorting van overdrachten van vreemdelingen aan Italië. Uit de “circulair letter” volgt dat er sprake is van een tijdelijke opschorting. Het bestreden besluit daarentegen ziet niet op de overdrachten maar op de bepaling van Italië als voor de behandeling van asielverzoeken verantwoordelijke lidstaat. Uit de “circulair letter” valt naar het oordeel van de rechtbank niet op te maken dat Italië zich niet meer gebonden acht aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Dublinverordening. Voor zover uit de “circulair letter” kan worden geconcludeerd dat Italië niet in staat is opvang te verlenen aan vreemdelingen volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de tekst van de “circulair letter” niet dat dat thans een structureel karakter heeft. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er thans sprake is van een tijdelijke overdrachtsbeletsel. De rechtbank heeft op dit moment geen aanleiding om de aanname van eiser te volgen, inhoudende dat het onwaarschijnlijk is dat Italië na31 januari 2023 in staat zal zijn om weer opvang te bieden aan vreemdelingen die worden overgedragen. De aanname is niet nader onderbouwd door objectieve gegevens. Dit leidt de rechtbank er toe dat verweerder nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan jegens Italië en het bestreden besluit niet onrechtmatig is. De rechtbank betrekt daarbij de overweging dat als het tijdelijke overdrachtsbeletsel op 1 februari 2023 zou worden opgeheven de overdracht van eiser alsnog binnen de door de Dublinverordening gestelde termijn zou kunnen plaatsvinden. De rechtbank overweegt voorts dat als eiser uiteindelijk niet kan worden overgedragen binnen de in de Dublinverordening bepaalde termijn, deze verordening daar dan van rechtswege consequenties aan verbindt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
