ECLI:NL:RBDHA:2023:5038
Rechtbank Den Haag · 11-04-2023 · zaaknummer NL23.1329
Inhoudsindicatie
Intrekking verblijfsvergunning regulier met terugwerkende kracht. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt. Sinds het primaire besluit heeft deze zittingsplaats drie uitspraken gedaan, waarbij de evenredigheidstoets meermaals centraal stond. Tegen de beide uitspraken heeft verweerder geen hoger beroep ingesteld, terwijl hij naar het oordeel van de rechtbank niet heeft kunnen motiveren dat de voor eiser nadelige gevolgen van de intrekking niet onevenredig waren in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Het beroep is gegrond. Zowel het primaire als het bestreden besluit komen voor vernietiging in aanmerking.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
