Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2023:4844

Rechtbank Den Haag · 30-03-2023 · zaaknummer NL23.5034 en NL23.7678

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 06-04-2023
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verzoeker heeft de Marokkaanse nationaliteit, maar verblijft al vanaf zijn geboorte rechtmatig in Nederland en is in juli 2001 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Verzoekers verblijfsvergunning is ingetrokken vanwege ernstige strafbare feiten die hij -onder meer- in België heeft gepleegd. Voor deze strafbare feiten is verzoeker in België voor een gevangenisstraf van tien jaar veroordeeld. Na zijn vervroegde invrijheidsstelling heeft België verzoeker op in juli 2021 uitgezet naar Marokko en aan hem een inreisverbod opgelegd. Verweerder heeft, na een uitspraak van de Afdeling, op 21 december 2022 de intrekking van de verblijfsvergunning ongedaan gemaakt. Verzoeker heeft op 29 december 2022 een aanvraag gedaan voor een faciliterend visum om in Nederland zijn verblijfsdocument op te halen. Deze aanvraag is door verweerder afgewezen. Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter om te bepalen dat verweerder hem een visum verstrekt om Nederland in te reizen. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek toe. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat het verzoek onverwijlde spoed heeft omdat verzoeker een verblijfsrecht heeft in Nederland, daar tussen juli 2021 en december 2022 geen gebruik van heeft kunnen maken en daar gebruik van wil maken voordat verweerder opnieuw tot intrekking zal proberen over te gaan. Verder kleven er gebreken aan het besluit waarin staat dat de aanvraag wordt afgewezen. De afwijzingsgronden heeft verweerder deels ten onrechte toegepast. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat verweerder de aanvraag niet heeft mogen afwijzen op de grond dat verzoeker door België in het SIS staat gesignaleerd met het oog op weigering van toegang. Daarbij volgt de voorzieningenrechter ook het standpunt van verzoeker dat verweerder in overleg had moeten treden met België om de SIS-signalering en het inreisverbod te laten opheffen. Ten slotte valt de belangenafweging in het voordeel van verzoeker uit. Het belang van verzoeker om in Nederland te kunnen blijven, weegt zwaarder dan het belang van verweerder om de openbare orde te beschermen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.