ECLI:NL:RBDHA:2023:4489
Rechtbank Den Haag · 29-03-2023 · zaaknummer 21_8068
Inhoudsindicatie
Het beroep ziet op de beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak voor de waardepeildatum 1 januari 2020 is vastgesteld op € 174.000. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de waarde aannemelijk heeft gemaakt. Hetgeen eiseres heeft gesteld, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Het stond verweerder vrij in de beroepsfase een waardematrix in te dienen die afwijkt van hetgeen in de bezwaarfase is overgelegd. Door het per abuis niet meenemen van diverse onderdelen in de waardering, is eiseres niet benadeeld. Ook de functionele afschrijving is door verweerder voldoende inzichtelijk gemaakt. Van schending van het motiveringsbeginsel in de uitspraak op bezwaar is volgens de rechtbank ook geen sprake. Het verzoek om een vergoeding van de immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn is door de rechtbank afgewezen. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
