ECLI:NL:RBDHA:2023:3713
Rechtbank Den Haag · 17-03-2023 · zaaknummer NL22.20408
Inhoudsindicatie
Asiel, Rusland, artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag. Eiser werkte van 2010 tot 2016 voor de Tsjetsjeense politie, waar hij diende bij het ‘Olieregiment’. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser in verband kan worden gebracht met handelingen als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, te weten mishandeling, marteling en onrechtmatige detentie. De staatssecretaris heeft voldoende gemotiveerd dat sprake is van ‘knowing and personal participation’. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij pas later op de hoogte is geraakt van deze mensenrechtenschendingen. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij zich daar niet (eerder) aan heeft kunnen onttrekken. De staatssecretaris heeft verder ook voldoende gemotiveerd dat eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. Het aan eiser opgelegde inreisverbod is tot slot niet in strijd met artikel 8 van het EVRM. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
