ECLI:NL:RBDHA:2023:357
Rechtbank Den Haag · 18-01-2023 · zaaknummer NL22.23286
Inhoudsindicatie
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris waarin Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de inhoudelijke beoordeling van eisers asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat zijn – in Nederland aanwezige – vader voor wat betreft zorg en ondersteuning afhankelijk van hem is, zodat dit niet aan overdracht aan Italië in de weg staat. Verder oordeelt de rechtbank in deze uitspraak dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in Italië sterk is verslechterd en waarschijnlijk nog slechter wordt. Verder is hij door het overleggen van de circular letter van 5 december 2022, afkomstig van de Italiaanse overheid, er niet in geslaagd om het bewijsvermoeden dat uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel te weerleggen. Naar het oordeel van de rechtbank duidt de tekst van dit bericht weliswaar op een probleem dat potentieel aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel raakt, maar op basis van de beschikbare informatie (nog) niet op structurele en fundamentele tekortkomingen in de Italiaanse opvangvoorzieningen. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
