ECLI:NL:RBDHA:2023:21157
Rechtbank Den Haag · 08-11-2023 · zaaknummer NL23.3638
Inhoudsindicatie
MK. Intrekking asielvergunning. Gevaar voor de openbare orde. Artikel 8 EVRM. Actueel reëel risico op ernstige schade. TKB, onthouden vertrektermijn en IRV 10 jaar. De rechtbank oordeelt dat artikel 8 van het EVRM zich niet verzet tegen intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft terecht geen (beschermenswaardig) gezinsleven aangenomen tussen eiser enerzijds en zijn moeder, vader en/of zus anderzijds. Eiser heeft wel in Nederland privéleven opgebouwd. De inmenging in eisers recht op eerbiediging van zijn privéleven is gerechtvaardigd. Anders dan eiser stelt is er geen ruimte om bij de vraag of inmenging is gerechtvaardigd de veiligheidssituatie in de DRC te betrekken. Andere omstandigheden waarmee eiser zich bij terugkeer geconfronteerd zal zien, zoals het ontbreken van een vangnet of sociaal netwerk, kunnen wel een rol spelen bij die vraag. De belangenafweging die verweerder in dit kader heeft gemaakt kan de rechtbank volgen. Het ontbreken van een netwerk is door verweerder onderkend en betrokken in zijn belangenafweging. Anders dan eiser stelt ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dan verweerder aan dit aspect onvoldoende gewicht heeft toegekend. Verder heeft verweerder niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiser als kindsoldaat zou zijn ingelijfd. Ook is niet aannemelijk geworden dat eiser bij terugkeer naar de DRC een reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft in dat kader aan eiser een vestigingsalternatief in Kinshasa kunnen tegenwerpen. De verwijzing ter zitting door eiser naar het rapport van de UNHCR acht de rechtbank in strijd met de goede procesorde. Daarom laat zij dit rapport buiten beschouwing. Omdat de rechtbank aan eiser een procedureregel tegenwerpt is de rechtbank nagegaan of er zich omstandigheden voordoen als bedoeld in het arrest Bahaddar. Daarvan is geen sprake. Er bestaat daarom geen aanleiding om de goede procesorde niet aan eiser tegen te werpen. Omdat er geen sprake is van strijd met artikel 8 van het EVRM heeft verweerder verder kunnen weigeren om ambtshalve aan eiser een reguliere vergunning te verstrekken. Ook tegen het uitvaardigen van een TKB zonder vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod voor de duur van 10 jaar verzet artikel 8 van het EVRM zich niet. Verder heeft verweerder in zijn besluitvorming genoegzaam gemotiveerd waarom eiser nog steeds een actueel gevaar voor de openbare orde vormt en dat sprake is van een voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Ook gelet daarop mocht verweerder aan eiser een vertrektermijn onthouden en aan hem een inreisverbod voor de duur van 10 jaar opleggen. Gesteld noch gebleken is dat er omstandigheden zijn op grond waarvan verweerder de duur van het inreisverbod had moeten bekorten. Het beroep is ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
