ECLI:NL:RBDHA:2023:21080
Rechtbank Den Haag · 03-10-2023 · zaaknummer NL23.885 en NL23.886
Inhoudsindicatie
Intrekking van een verblijfsvergunning voor verblijf als familie of gezinslid. De dochter van eiser had een afhankelijk verblijfsrecht, maar de beperking van dat verblijfsrecht is gewijzigd in “niet tijdelijke humanitaire gronden”. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM ten onrechte niet is ingegaan op de subjectieve belemmeringen van de dochter om het gezinsleven met eiser in het land van herkomst uit te oefenen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waaruit de economische belangen van de Nederlandse staat bestaan en waarom de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt. Het beroep is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
