ECLI:NL:RBDHA:2023:17837
Rechtbank Den Haag · 18-07-2023 · zaaknummer SGR 23/4660 en SGR 23/4651
Inhoudsindicatie
Beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen Artikel 4.6 van de Wet open overheid De Woo-verzoeken zijn buiten behandeling gesteld op grond van de aannamen dat de gemachtigde van de Woo-verzoekster misbruik van recht maakt. De verzoeken kunnen niet buiten behandeling worden gesteld op de enkele grond dat ten aanzien van haar gemachtigde misbruik van recht is aangenomen. De voorzieningenrechter overweegt dat het met elkaar in tegenspraak is dat de verzoeken van verzoekster buiten behandeling zijn gesteld wegens misbruik van recht terwijl verzoekster zelf niet het verwijt wordt gemaakt dat zij misbruik van recht maakt. Verweerder kon de verzoeken niet buiten behandeling stellen op de enkele grond dat ten aanzien van haar gemachtigde misbruik van recht is aangenomen. De voorzieningenrechter leidt uit de stellingen van verweerder af dat hij vermoedt dat sprake is van een bepaalde mate van samenhang tussen de Woo-verzoeken van verzoekster en haar gemachtigde dan wel van een samenwerking tussen hen in het kader van het onder 3.4 genoemde onderzoek. Dit verband is evenwel volgens verweerder onvoldoende duidelijk om verzoekster misbruik van recht te verwijten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder in een dergelijk geval een duidelijke keuze moet maken: ofwel (1) het bovengenoemde vermoeden wordt onderzocht en daaruit volgt een onderbouwing die maakt dat de samenhang of samenwerking voldoende wordt aangetoond om ook ten aanzien van verzoekster misbruik van recht aan te kunnen nemen met als gevolg dat de verzoeken op die grond buiten behandeling worden gelaten, ofwel (2) dit verband is onvoldoende duidelijk en er bestaat geen grond om de verzoeken wegens misbruik van recht niet te behandelen. Daarnaast bestaat voor verweerder de mogelijkheid op grond van artikel 2:2 van de Awb het optreden als gemachtigde door een bepaald persoon te weigeren. De voorzieningenrechter maakt hierbij de kanttekening dat van deze bevoegdheid slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik mag worden gemaakt. Nu vaststaat dat de eerste optie niet aan de orde is en de gemachtigde van verzoekster niet geweigerd is door verweerder op grond van artikel 2:2 van de Awb, bestaat geen enkel beletstel voor de gemachtigde van verzoekster om namens hem een Woo-verzoek in te dienen en bestaat evenmin een grond om dat verzoek vervolgens buiten behandeling te stellen met verwijzing naar andere zaken waarin die gemachtigde misbruik van recht wordt verweten. Daarmee is er sprake van een evidente onrechtmatigheid van het bestreden besluit. Verweerder zal alsnog op de Woo-verzoeken van verzoekster moeten beslissen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
