ECLI:NL:RBDHA:2023:17665
Rechtbank Den Haag · 02-01-2023 · zaaknummer C/09/638781/KG RK 22-1410
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek is afgewezen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat de rechter naar objectieve maatstaven niet langer vermoed wordt onpartijdig te zijn omdat zij eerder een zaak heeft behandeld waarbij verzoekster partij was. Het verzoek richt zich verder tegen de procedurele beslissingen van de rechter om de mondelinge behandeling uit te stellen, nieuwe stukken van de wederpartij toe te laten en geen verstekvonnis te wijzen. Uit deze beslissingen blijkt in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet van de (schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Voor zover ter zitting in de hoofdzaak inbreuken op het spreekrecht van verzoekster zijn gemaakt, ziet de wrakingskamer hierin ook geen aanknopingspunt voor (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter. Uit het proces-verbaal volgt niet dat verzoekster onvoldoende gelegenheid heeft gekregen om haar standpunt kenbaar te maken. Ook heeft de rechter na afloop van de mondelinge behandeling een schriftelijke ronde ingelast. De opmerking van de rechter dat verzoekster alles moet betalen als de wederpartij in het gelijk wordt gesteld, brengt op zichzelf ook nog niet met zich dat de rechter al een eindoordeel heeft willen geven.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
