ECLI:NL:RBDHA:2023:16632
Rechtbank Den Haag · 06-11-2023 · zaaknummer NL22.8008
Inhoudsindicatie
Medifirst / Asiel / Somalië / tussenuitspraak / verweerder acht de door eiseres gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig omdat eiseres vaag, summier en tegenstrijdig heeft verklaard – het Medifirst-advies is niet inzichtelijk en onvolledig - verweerder had dit advies niet aan het horen en beslissen ten grondslag mogen leggen en in de besluitvorming is onvoldoende deugdelijk gemotiveerd ingegaan op de door Medifirst geconstateerde gebreken en de door de gemachtigde van aanvang af gemelde waarnemingen met betrekking tot de beperkte cognitieve vermogens - Of sprake is van beperkingen ten aanzien van het horen en beslissen en op welke wijze met deze beperkingen rekening moet worden gehouden bij het inrichten van het gehoor en het beoordelen van de verklaringen, vergt een medische beoordeling. De vraag of het advies inzichtelijk en begrijpelijk is, vergt geen medische beoordeling en dient verweerder allereerst te beoordelen - De rechtbank kan zich niet aan de indruk onttrekken dat zowel de verpleegkundige als de arts niet onderkennen wat het doel is van het uitbrengen van dit advies en wat het gewicht is dat doorgaans wordt toegekend aan dit advies omdat verweerder het advies als “deskundigenbericht” mag aanmerken. - Verweerder moet zich er gedurende de gehele procedure van vergewissen of eiseres bijzondere procedurele waarborgen behoeft en moet dus weten op welke wijze het gehoor dient te worden ingericht om eiseres in staat te stellen haar asielrelaas naar voren te brengen. Verweerder is ook gehouden om bij de beoordeling van de verklaringen van eiseres over haar asielmotieven rekening te houden met het referentiekader van eiseres. Het zorgvuldig en met inachtneming van de geconstateerde gebreken inrichten van het gehoor neemt de beperkingen immers niet weg. Het “format” waarin het advies wordt neergelegd draagt de titel “horen én beslissen” en de rechtbank stelt -wederom- vast dat er geen advies is uitgebracht over op welke wijze verweerder bij het beslissen en dus bij het verrichten van de geloofwaardigheidsbeoordeling, rekening moet worden gehouden met de geconstateerde beperkingen. - De rechtbank wijst er op dat inmiddels ook de Afdeling het onderdelenvereiste niet langer tegenwerpt - De tienjarige zoon van eiseres heeft na de besluitvorming vanwege een kinderbeschermingsmaatregel een verblijfsvergunning gekregen – de rechtbank volstaat niet met de gegrondverklaring van het beroep, maar zal regie voeren en stelt alvorens einduitspraak te doen, eiseres in de gelegenheid een vergunning op reguliere gronden aan te vragen en stelt verweerder in de gelegenheid deze aanvraag te beoordelen – iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
