ECLI:NL:RBDHA:2023:15684
Rechtbank Den Haag · 18-10-2023 · zaaknummer NL23.31927
Inhoudsindicatie
Verlengingsbesluit bewaring / Artikel 47 Handvest, verdedigingsbeginsel / volgberoep – In een eerdere volgberoep-procedure heeft de rechtbank het beroep tevens aangemerkt als een beroep tegen het verlengingsbesluit omdat dit is genomen in de te toetsen periode – eiser had voordat die uitspraak was gedaan echter formeel beroep ingesteld tegen het verlengingsbesluit – eiser klaagt nu dat de rechtbank in de eerdere uitspraak al een oordeel heeft gegeven over het verlengingsbesluit en vindt dat de rechtbank thans het beroep tegen het verlengingsbesluit ontvankelijk moet verklaren – eiser doet een beroep op zijn recht op een effectief rechtsmiddel en vindt dat het verdedigingsbeginsel is geschonden - De rechtbank heeft de ontvankelijkheid van het onderhavige beroep ter zitting uitgebreid met partijen besproken en daarbij toegelicht hoe de ambtshalve rechtmatigheidsbeoordeling in het vooronderzoek plaatsvindt en voor welke keuzes de rechter zoal kan komen te staan in verband met de korte termijn waarbinnen het vooronderzoek moet worden verricht. De rechtbank heeft besproken dat in de onderhavige situatie aan elke keuze die door de rechter kan worden gemaakt tevens bezwaren kleven. – de rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep tegen het verlengingsbesluit in de onderhavige procedure niet-ontvankelijk moet worden verklaard en dat dit niet betekent dat er in deze procedure geen sprake is van een doeltreffende voorziening in rechte - Het in het Unierecht verankerde grondrecht op een doeltreffende voorziening in rechte geeft immers geen recht op een tweede beoordelingen in eerste aanleg van één besluit in het geval het eerste beroep ongegrond is verklaard. – de rechtbank stelt geen prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie en is niet bevoegd om te voldoen aan het verzoek van eiser om prejudiciële vragen aan het EHRM te stellen - De rechtbank heeft partijen voorts de vraag voorgelegd of de rechtbank uit eigen beweging, in deze procedure die is ingeleid met een beroep tegen het verlengingsbesluit, tevens de rechtmatigheid van de voortduring van de maatregel mag en moet beoordelen en gaat daartoe over na partijen hierover te hebben gehoord - De rechtbank is het overigens niet eens met de Afdeling dat ook bij de beoordeling van de vreemdelingenbewaring er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen de omvang van het geding en de omvang van het geschil. In het “gewone bestuursrecht” is een dergelijke benadering wellicht prima te verdedigen. Bewaringsrecht is echter geen gewoon bestuursrecht. - De rechtbank gaat in volgberoep-procedures in beginsel uit van de rechtmatigheid van de grondslag van de voortduring van de maatregel en zoals gemotiveerd in de maatregel van bewaring of het verlengingsbesluit. Dit laat onverlet dat als de rechtbank bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de voortduring constateert dat deze reeds getoetste grondslag evident toch onrechtmatig blijkt te zijn, gehouden is om dit voor te leggen aan partijen en dit in het kader van hoor en wederhoor met partijen dient te bespreken en zonnodig, te oordelen dat de voortduring onrechtmatig is. – “tegenwerken van de verwijdering” in de zin van de Terugkeerrichtlijn vereist gelet op de bewoordingen en ratio van artikel 15, lid 6, Tri geen actief handelen en verweerder hoeft geen causaal verband aannemelijk te maken tussen de gedragingen van eiser en de houding van de Marokkaanse autoriteiten – Verweerder werkt voortvarend aan de uitzetting, eiser frustreert, zicht op uitzetting ontbreek niet en de voortduring is niet onrechtmatig (geweest) – beroep tegen het VB is N-O, beroep tegen de voortduring is ongegrond – geen sv en geen pkv.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
