ECLI:NL:RBDHA:2023:1547
Rechtbank Den Haag · 02-02-2023 · zaaknummer 22_390 en 22_2400
Inhoudsindicatie
Eiser heeft in zijn aangifte IB/PVV diverse specifieke zorgkosten in aftrek genomen. Verweerder heeft een deel van deze kosten niet voor aftrek toegelaten. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder een hoger bedrag een specifieke voor aftrek had moeten toelaten. Verweerder heeft, anders dan eiser betoogt, gehandeld overeenkomstig hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht. De aan eiser toegekende dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift, is volgens de rechtbank naar de juiste hoogte vastgesteld. Het verzoek om een vergoeding van de immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn is door de rechtbank afgewezen, omdat de redelijke termijn nog niet was overschreden. Beroepen ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
