ECLI:NL:RBDHA:2023:14271
Rechtbank Den Haag · 07-09-2023 · zaaknummer C/09/650918 / JE RK 23-1495
Inhoudsindicatie
Zowel de moeder als de kinderen laten positieve ontwikkelingen zien, maar deze positieve ontwikkelingen zijn nog pril en daarom is het van belang dat de hulpverlening betrokken blijft. De kinderrechter oordeelt dat daarmee aan de gronden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat aan de gronden voor een machtiging uithuisplaatsing is voldaan. De kinderrechter ziet dat de moeder een positieve ontwikkeling doormaakt in haar opvoedvaardigheden met behulp van de intensieve opvoedondersteuning. Dit betekent echter niet dat het automatisch ook goed zal gaan met het kind in de thuissituatie. Het kind vraagt het nodige (veel) van haar opvoeders gelet op haar complexe gedrag (boosheid, opstandigheid en stiekem gedrag) en op dit moment is het niet reëel om te verwachten dat de moeder dat kan bieden in de thuissituatie.
Rechters
Advocaten
- H.L. van Lookeren Campagne
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
