ECLI:NL:RBDHA:2023:1144
Rechtbank Den Haag · 06-02-2023 · zaaknummer NL22.23906 en NL22.23907
Inhoudsindicatie
TKB/IRV – partijen verschillen van mening of het beroep tegen het TKB tijdig is ingediend en dus ontvankelijk is – eiser is op grond van dit TKB in bewaring gesteld, het beroep hiertegen is ongegrond verklaard en deze uitspraak is bevestigd door de Afdeling - de rechtbank stelt, ondanks de eerdere rechtmatigheidsbeoordeling van de bewaring, thans ambtshalve vast dat het TKB nimmer is uitgereikt, het beroep daarom niet-ontvankelijk is, maar het TKB dus ook niet aan de inbewaringstelling ten grondslag kon worden gelegd – de rechtbank is bekend met de actuele jurisprudentie over wat de bestuursrechter ambtshalve moet, mag en verboden is te beoordelen. De rechtbank overweegt echter dat de oplegging van het terugkeerbesluit een uit de Terugkeerrichtlijn voortvloeiende verplichting voor verweerder is en artikel 47 van het Handvest het recht op een doeltreffende voorziening in rechte garandeert. Alleen als de rechtbank deze beoordeling ambtshalve verricht, wordt voor eiser dit recht op een doeltreffende voorziening daadwerkelijk geëffectueerd en is de rechtbank in staat om op adequate wijze rechtsbescherming te bieden aan eiser wiens vrijheid thans is ontnomen zonder rechtsgeldige grondslag. De rechtbank acht zich dan hiertoe ook niet alleen bevoegd, maar ook verplicht - De rechtbank overweegt voorts dat (wederom) de noodzaak blijkt van de verplichting voor de bewaringsrechter in alle instanties om (ook) ambtshalve alle rechtmatigheidsaspecten van de oplegging en voortduring van de maatregel grondig te onderzoeken en te beoordelen - De rechtbank is in deze procedure niet bevoegd om de onmiddellijke opheffing van de maatregel te bevelen en de onmiddellijke invrijheidstelling van eiser te gelasten, maar gaat er evenwel van uit dat verweerder onverwijld na kennisneming van deze uitspraak overgaat tot de invrijheidstelling van eiser en gaat er van uit dat gemachtigde van eiser hier op toeziet en anders onverwijld een volgberoep instelt en om een spoedige zitting verzoekt. Gelet op het tijdstip dat deze uitspraak wordt gedaan, gaat de rechtbank er van uit dat eiser heden in vrijheid wordt gesteld – beroep tegen het TKB niet-ontvankelijk, beroep tegen het IRV gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
