ECLI:NL:RBDHA:2023:1046
Rechtbank Den Haag · 25-01-2023 · zaaknummer 21_8160
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft een aanslag forensenbelasting voor het jaar 2020 opgelegd. De recreatiewoning is eigendom van de BV van de gemachtigde. De rechtbank overweegt dat de twee hoorgesprekken betrekking hadden op de belastingpositie van de gemachtigde dan wel de BV. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat wel een hoorgesprek over de belastingpositie van eiser heeft plaatsgevonden. Nu uit de stukken volgt dat zowel gemachtigde als eiser van mening zijn dat de WOZ-waarde van de recreatiewoning te hoog is vastgesteld, vallen volgens de rechtbank materieel de belangen van de gemachtigde respectievelijk diens BV en die van eiser samen. Doordat de gemachtigde de bezwaren tegen de WOZ-waarde tijdens zijn hoorgesprekken mondeling heeft toegelicht, kan niet gesteld worden dat eiser door het schenden van de hoorplicht is benadeeld en verbindt de rechtbank geen gevolgen aan de schending van de hoorplicht. Ook is de waarde van de recreatiewoning volgens de rechtbank niet te hoog vastgesteld. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de gemeente Alphen aan den Rijn
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Alphen aan den Rijn
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
