Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2022:9862

Rechtbank Den Haag · 28-09-2022 · zaaknummer NL21.19407

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 28-09-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Asiel – opvolgende aanvraag - kan de ingangsdatum van een verleende vergunning worden gewijzigd door “een brief” van verweerder aan de gemachtigde van eisers als het inwilligende besluit in rechte vaststaat? – bij besluit van 14 juni 2021 heeft verweerder aan eisers subsidiaire bescherming verleend met aanvang van de datum van de eerste asielaanvraag – dit besluit staat in rechte vast omdat hiertegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend – bij brief van 8 december 2021 schrijft verweerder dat de ingangsdatum van de verleende vergunning in het inwilligende besluit “onjuist is vermeld” en dat dit 6 februari 2019 moet zijn in plaats van 2 maart 2017 – partijen verschillen over de juistheid van de inhoud van deze brief – de rechtbank oordeelt ambtshalve bevoegd te zijn en oordeelt ambtshalve dat deze brief geen besluit is, hiertegen dus niet kan worden opgekomen en eisers niet-ontvankelijk verklaard zullen worden – de gevolgen van deze uitspraak zijn dat het besluit van 14 juni 2021 nog steeds in rechte vast staat en ongewijzigd is en verweerder dus aan eisers subsidiaire bescherming heeft verleend met ingang van 2 maart 2017 – de rechtbank overweegt voorts ten overvloede dat indien de beroepsgronden wel inhoudelijk zouden zijn behandeld verweerder in wezen intrekking van de eerder verleende status beoogt maar daartoe niet bevoegd is omdat de intrekkingsgronden in het Unierecht en nationale wetgeving limitatief zijn opgesomd en “een vergissing van verweerder” geen erkende intrekkingsgrond is – ook zou het beroep op het vertrouwensbeginsel slagen indien de rechtbank de beroepsgronden inhoudelijk zou behandelen – de rechtbank zou, bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, hebben overwogen dat verweerder niet wordt gevolgd in zijn standpunt dat hij bij een opvolgende aanvraag niet per datum eerste aanvraag mag inwilligen – indien de vreemdeling met nieuw aangedragen feiten en omstandigheden alsnog zijn asielmotief dat hij aan een eerdere aanvraag ten grondslag heeft gelegd onderbouwt en verweerder op grond daarvan concludeert dat de vreemdeling internationale bescherming behoeft, is de datum van deze eerdere aanvraag de datum van vergunningverlening – de rechtbank verwijst naar het arrest LH en naar Afdelingsjurisprudentie - indien het beroep ontvankelijk zou zijn, zou er geen inhoudelijke beoordeling hebben plaatsgevonden van de beroepsgrond dat aan eisers de vluchtelingenstatus had moeten worden toegekend omdat niet kan worden “doorgeprocedeerd” wegens gebrek aan procesbelang – de rechtbank vraagt zich tot slot af met welk doel verweerder de brief van 8 december 2021 heeft opgesteld – beroep niet-ontvankelijk, het willigende besluit staat in rechte vast en wordt niet aangetast door de onderhavige procedure.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.