ECLI:NL:RBDHA:2022:9671
Rechtbank Den Haag · 13-09-2022 · zaaknummer AWB - 21 _ 1321
Inhoudsindicatie
In geschil is of de eerste en tweede verdieping van het (voormalige) kantorencomplex en de daarbij behorende 91 parkeerplaatsen in de parkeerkelder (de onroerende zaak) op de verkrijgingsdatum 18 april 2019 als woning in de zin van artikel 14, tweede lid, van de Wet op de belastingen van rechtsverkeer 1970 (Wbr) kunnen worden aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat de onroerende zaak op het moment van overdracht niet is aan te merken als woning in de zin van artikel 14, tweede lid, Wbr.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiseres]
eiseres · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
