ECLI:NL:RBDHA:2022:904
Rechtbank Den Haag · 26-01-2022 · zaaknummer C/09/623296 / JE RK 22-14
Inhoudsindicatie
De kinderrechter oordeelt dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn. De ouders hebben de afgelopen tijd een positieve ontwikkeling doorgemaakt. De positieve ontwikkeling is echter nog pril en de komende tijd wordt – gelet op de medische situatie van de minderjarige – spannend voor het gezin. De kinderrechter vindt het daarom noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer bij de minderjarige betrokken wordt. De jeugdbeschermer speelt vooral een coördinerende rol en is het aanspreekpunt voor de ouders wanneer de hulpverlening niet goed loopt. De kinderrechter zal het verzoek toewijzen voor zes maanden. Deze termijn vindt de kinderrechter passend om het behandelplan en -traject van de minderjarige vorm te geven.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
