ECLI:NL:RBDHA:2022:8618
Rechtbank Den Haag · 22-08-2022 · zaaknummer AWB - 21 _ 6185
Inhoudsindicatie
In geschil is of de aanslag OZB terecht is vastgesteld naar het tarief voor niet-woningen. De waarde van het object is niet in geschil. Naar het oordeel van de rechtbank was in 2019 van bouwkundige werkzaamheden nog geen sprake. Het materiaal dat bij het uitzetten wordt geplaatst vormt geen onderdeel van de te bouwen woning waardoor met het uitzetten van de woning weliswaar sprake is van voorbereidend werk, maar nog niet daadwerkelijk is aangevangen met de feitelijke bouwkundige werkzaamheden. Hieruit volgt dat het object niet kwalificeert als een woning in aanbouw en dus ook niet als een woning in de zin van de OZB. Naar het oordeel van de rechtbank is de aanslag OZB terecht naar het tarief voor een niet-woning opgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
