ECLI:NL:RBDHA:2022:8553
Rechtbank Den Haag · 17-08-2022 · zaaknummer AWB 21/2349
Inhoudsindicatie
De ingediende ingebrekestelling is geldig, omdat verweerder toen niet langer in overmacht verkeerde. Het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk, omdat inmiddels op de aanvraag is belist. Wel is er aanleiding verweerder in de proceskosten te veroordelen. Voor zover eisers het niet eens zijn met het besluit, verwijst de rechtbank het beroepschrift door naar verweerder voor behandeling in bezwaar.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
