ECLI:NL:RBDHA:2022:8475
Rechtbank Den Haag · 04-08-2022 · zaaknummer 9895965 RL EXPL 22-8391
Inhoudsindicatie
Uit artikel 7:267 lid 7 BW volgt dat de huurder en/of wettelijke medehuurders kunnen vorderen dat de rechter bepaalt dat die huurder of wettelijke medehuurders de huur met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip niet langer zullen voortzetten. Artikel 7:267 lid 7 BW heeft ook werking tegenover de verhuurder. De belangen van de verhuurder hoeven in de beoordeling niet worden meegewogen. Gelet op het voorgaande bepaalt de kantonrechter dat gedaagde partij met ingang van 1 januari 2022 de huur niet langer zal voortzetten en verklaart voor recht dat de toewijzing van het huurechts aan eiseres werking heeft tegenover de verhuurder.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
