ECLI:NL:RBDHA:2022:8404
Rechtbank Den Haag · 15-08-2022 · zaaknummer NL20.18924
Inhoudsindicatie
Intrekking verblijfsvergunning asiel. Veroordeling voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar voor de samenleving (artikel 14, vierde lid, aanhef en onder b, van de Kwalificatierichtlijn). De rechtbank wacht de prejudiciële vragen van de Afdeling van 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1703, niet af, omdat verweerder de intrekking in dit specifieke geval hoe dan ook voldoende heeft gemotiveerd. Verweerder heeft alle door eiser genoemde criteria (bijzonder ernstig misdrijf, gevaar voor de samenleving, unierechtelijk openbare ordecriterium, evenredigheidsbeginsel) getoetst en alle door eiser in dit kader genoemde feiten en omstandigheden meegewogen en dit deugdelijk gemotiveerd. Het terugkeerbesluit is niet onrechtmatig, ook al stond al op voorhand vast dat eiser niet zou worden uitgezet door het verbod op refoulement (o.a. het arrest BZ t. Westerwaldkreis van het Hof van Justitie). Dat uit het arrest M. e.a. van het Hof van Justitie iets anders lijkt te volgen, is hier niet relevant. Dat arrest gaat over een andere situatie. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
