Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2022:8347

Rechtbank Den Haag · 26-07-2022 · zaaknummer NL21.13208

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 22-08-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In het bestreden besluit heeft verweerder zich, onder verwijzing naar paragraaf C2/7.10.2.6 van de Vc, op het standpunt gesteld dat aangenomen wordt dat eiser al 10 jaar zonder verblijfsvergunning in Nederland verblijft in de situatie dat hij wegens schending van artikel 3 EVRM niet kan worden uitgezet. Ook wordt aangenomen dat er geen vooruitzicht is op verandering binnen niet al te lange termijn. Verweerder werpt eiser echter tegen dat hij niet voldoende inspanningen heeft verricht om te vertrekken naar een derde land. Daarom heeft verweerder ook niet getoetst of het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel is voor eiser. Volgens verweerder is er geen reden om met toepassing van artikel 4:84 Awb af te wijken van het beleid. […] Uit de brief van de staatssecretaris van 27 augustus 2010 volgt dat uit feiten en omstandigheden moet blijken van aanknopingspunten voor het bestaan van banden met een derde land, voordat van de vreemdeling verwacht kan worden dat hij zich inspant toelating te krijgen tot dat land. Verder blijkt uit de brief dat de aanknopingspunten per individueel geval worden getoetst door verweerder en dat het daarna aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat in redelijkheid niet van hem kan worden verwacht dat hij naar dat land of die landen vertrekt. Het voorgaande betekent dat ten minste uit het dossier of andere informatie moet blijken dat sprake is van een (eventueel summier) aanknopingspunt voor het bestaan van banden met een ander land. Indien een dergelijk (summier) aanknopingspunt in zijn geheel ontbreekt, kan in redelijkheid niet van de vreemdeling verwacht worden dat hij aannemelijk maakt dat er geen banden zijn met een van de andere landen ter wereld dan zijn land van herkomst en Nederland, nu dit een onredelijk zware bewijslast legt op de vreemdeling, waarbij bovendien onduidelijk is op welke wijze de vreemdeling zijn stelling, dat er geen banden zijn met een ander land, zou kunnen onderbouwen. Dat de vreemdeling contact zou kunnen opnemen met IOM of DT&V is geen reële mogelijkheid als er geen aanknopingspunten zijn voor banden met een derde land. Daarbij komt dat verweerder ter zitting heeft aangegeven slechts het vermoeden te hebben dat er een afdeling is bij DT&V die een dergelijk onderzoek zou kunnen verrichten. Dit enkele vermoeden is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een reële mogelijkheid. Hoewel de beleidsregel op zichzelf niet onredelijk is, is de uitleg van het beleid dat het ook bij ontbreken van aanknopingspunten voor het bestaan van banden met een derde land aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat hij niet kan voldoen aan zijn vertrekplicht dat wel. […] Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat toepassing van de beleidsregels in dit geval niet leidt tot onevenredige gevolgen voor eiser. Het uitgangspunt is dat de strikte uitleg die verweerder geeft aan de beleidsregels onredelijk is in een geval als dit. Dan komt aan het belang van de Nederlandse Staat in redelijkheid minder gewicht toe. Daar komt bij dat verweerder zelf de mogelijkheid heeft geschapen om, in weerwil van het van toepassing achten van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag, toch verblijf toe te staan als artikel 3 EVRM zich duurzaam verzet tegen uitzetting uit Nederland. Verweerder heeft dit miskend. Daarom heeft verweerder vervolgens een onvoldoende deugdelijke afweging gemaakt van de omstandigheden van eiser, afgezet tegen strikte toepassing van de beleidsregel, dan wel onvoldoende gemotiveerd waarom niet van de beleidsregel wordt afgeweken op grond van artikel 4:84 Awb.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.