ECLI:NL:RBDHA:2022:781
Rechtbank Den Haag · 24-01-2022 · zaaknummer 20_8183
Inhoudsindicatie
Eiser is enig aandeelhouder en bestuurder van een vennootschap. Door de vennootschap is aan eiser een lening (lening 1) verstrekt waarop in 2016 een deel is afgelost. Daarbij is boeterente in rekening gebracht. In 2017 is eiser een nieuwe lening (lening 2) bij de vennootschap aangegaan. Naar het oordeel van de rechtbank is de betaalde boeterente bij de aanslagoplegging inkomstenbelasting voor het jaar 2016 terecht buiten aanmerking gelaten. Gelet op de leningsvoorwaarden en de omstandigheid dat eiser zelfstandig invulling kon geven aan die voorwaarden, is geen sprake van aflossing van een schuld. Dat de overeengekomen rentepercentages van de leningen 1 en 2 verschillen doet niet ter zake nu het voor eiser mogelijk was deze percentages aan te passen. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
