ECLI:NL:RBDHA:2022:7453
Rechtbank Den Haag · 20-07-2022 · zaaknummer AWB 22/2315
Inhoudsindicatie
Weigering visum kort verblijf. De rechtbank oordeelt, hoewel eiser dat niet als zodanig als beroepsgrond heeft aangevoerd, dat verweerder onzorgvuldig gehandeld heeft door eiser, gelet op hetgeen hij (wel) heeft aangevoerd, niet te horen in bezwaar. Daarbij weegt de rechtbank mee dat eiser niet door een professioneel gemachtigde wordt bijgestaan, waardoor van verweerder en de rechtbank enige hulp verwacht mag worden, en dat juist veel doelstellingen van het horen in bezwaar in deze zaak van toepassing zijn. Terugverwijzing naar verweerder met opdracht alsnog te horen en een nieuw besluit te nemen op basis van hetgeen in onderlinge samenwerking tijdens de hoorzitting wordt gewisseld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
