ECLI:NL:RBDHA:2022:7136
Rechtbank Den Haag · 11-07-2022 · zaaknummer NL22.7691
Inhoudsindicatie
De brief waarmee de overdrachtstermijn tot 18 maanden is verlengd wegens onderduiken is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Deze brief roept geen rechtsgevolgen in het leven die niet al eerder door het overdrachtsbesluit zijn teweeggebracht. Dat de brief tot gevolg heeft dat Duitsland langer verantwoordelijk blijft voor de behandeling van de asielaanvraag betekent niet dat daarom sprake is van een besluit. Pas als er gevolgen worden verbonden aan het verstrijken van de termijn van 18 maanden, is de daartoe strekkende beslissing gericht op rechtsgevolg. Het betoog dat de brief tot gevolg heeft dat de Dublinverordening langer van toepassing blijft, waardoor bewaring mogelijk is, en de brief daarom rechtsgevolg heeft, slaagt ook niet. Dat is niet een met de brief beoogd rechtsgevolg en de inbewaringstelling vereist ook nadere besluitvorming. De conclusie dat de brief een besluit is zou de vreemdeling bovendien in een nadeliger positie kunnen brengen. In die situatie wordt de vreemdeling als hij het niet eens is met de verlenging van de overdrachtstermijn ook geacht om tegen die beslissing rechtsmiddelen aan te wenden. Het achterwege laten daarvan zou kunnen meebrengen dat de verlenging van de overdrachtstermijn onherroepelijk is en niet meer ter discussie gesteld kan worden. Tegen de brief kan ook niet opgekomen worden op grond van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000. Met het indienen van een opvolgende asielaanvraag is voorzien in een adequate bestuursrechtelijke rechtsgang. Ook kan een vreemdeling in die procedure tegen de beslissing dat de overdrachtstermijn is verlengd beroep instellen bij de rechtbank, waarmee is voorzien in een doeltreffend rechtsmiddel, als bedoeld in het arrest Shiri. Op deze wijze kan een concentratie van rechtsmiddelen worden bereikt, wat ook strookt met de doelstelling van de Dublinverordening dat snel wordt vastgesteld welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
