ECLI:NL:RBDHA:2022:6983
Rechtbank Den Haag · 14-07-2022 · zaaknummer C/09/628726 / FA RK 22-2725
Inhoudsindicatie
Gelet op de intentie tot vestiging in Nederland, bezien tegen de achtergrond van de nog heel jonge leeftijd van de minderjarige (hij was destijds negen maanden oud) komt de rechtbank tot de conclusie dat het gewone verblijf voor de minderjarige vanaf 12 november 2021 in Nederland was. Zijn sociale en familiale omgeving kwamen vanaf dat moment immers in Nederland te liggen. De vader heeft een woning in Nederland gehuurd en daarvoor de huur en borg voldaan. Partijen hebben zich met de minderjarige ook daadwerkelijk in Nederland gevestigd en beiden hebben verklaard dat zij in Nederland als gezin een nieuwe start wilden maken. Weliswaar stelt de vader dat de moeder hem op 18 november 2021 toestemming heeft gegeven om met de minderjarige naar België te gaan, maar uit het overgelegde document blijkt niet dat de moeder instemt met wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige naar België. Dit betekent dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige – anders dan de vader stelt – in Nederland was op het moment dat de moeder hem op 30 november 2021 meenam naar Nederland, zodat op dat moment geen sprake is geweest van ongeoorloofde overbrenging van de minderjarige.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
