Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2022:669

Rechtbank Den Haag · 24-01-2022 · zaaknummer C/09/622325 / KG RK 21-1479

BestuursrechtGepubliceerd 02-02-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing wrakingsverzoek. De ontvankelijkheid van het verzoek: Aan verzoekster is op 5 oktober 2021 meegedeeld dat de rechter de behandelend rechter van de hoofdzaken zal zijn. In de oproep staat echter ook dat de naam van de rechter nog niet definitief is en dat de zaak nog aan een andere rechter kan worden toegedeeld. De uiteindelijke toedeling zal vlak voor de zitting plaatsvinden. Als de zaak nog aan een andere rechter wordt toegedeeld, krijgt verzoekster daarvan uiterlijk twee werkdagen voor de zitting bericht, zo staat in de brief. Gelet op de inhoud van de brief van 5 oktober 2021 dat de toedeling pas twee werkdagen voor de zitting definitief wordt, is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek niet te laat is ingediend en dat verzoekster kan worden ontvangen in haar wrakingsverzoek. De inhoudelijke beoordeling van het verzoek: Uitgangspunt is dat de onpartijdigheid van een rechter niet reeds te lijden heeft enkel door de omstandigheid dat die rechter al eerder in een of meer andere gedingen heeft geoordeeld over de rechtsvraag die in geschil is (zie onder meer CRvB 18 december 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG8693 en CRvB 12 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3886). Er bestaat geen aanleiding om daar anders over te oordelen in een geval als dit, waarin de rechter een oordeel heeft gegeven in het kader van een voorlopige voorziening tussen verzoekster en de Staatssecretaris. Daarbij overweegt de wrakingskamer dat de rechter als voorzieningenrechter in zijn beslissing van 26 mei 2020 niet expliciet heeft beslist op de argumenten van partijen of de Wml al dan niet op verzoekster van toepassing is. Naar het oordeel van de wrakingskamer volgt uit die beslissing slechts dat de rechter in het kader van de te treffen ordemaatregel bij wijze van veronderstelling tot uitgangspunt heeft genomen dat de Wml van toepassing is. Voor zover verzoekster tijdens de behandeling van het verzoek nog heeft betoogd dat uit de afwijzing van het verzoek om extra behandeltijd van de hoofdzaken volgt dat de rechter zijn mening al heeft gevormd, wordt daaraan voorbij gegaan. Deze klacht is niet in het wrakingsverzoek opgenomen, maar pas tijdens de wrakingszitting naar voren gebracht. Dat is te laat. Daarbij komt dat het gaat om een procedurele beslissing van de rechter, die in beginsel niet kan leiden tot een geslaagd verzoek tot wraking. Gelet op het voorgaande is er geen grond voor de objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechter. Het verzoek tot wraking wordt afgewezen.

Rechters

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.