ECLI:NL:RBDHA:2022:6412
Rechtbank Den Haag · 09-06-2022 · zaaknummer NL22.8102
Inhoudsindicatie
Artikel 24, eerste lid, van de Procedurerichtlijn verplicht niet tot het verrichten van een medisch onderzoek naar de vraag of een vreemdeling die een asielverzoek doet, bijzondere procedurele waarborgen behoeft. De uniewetgever laat de nationale autoriteiten daarin ruimte. Daarmee is er, in tegenstelling tot wat zittingsplaats ’s Hertogenbosch in haar uitspraak van 18 februari 2021 heeft geoordeeld, geen grond voor het oordeel dat verweerder geen ruimte heeft om ten aanzien van bepaalde categorieën van vreemdelingen uitzonderingen te maken voor wat betreft het verrichten van een medisch onderzoek. Dit laat onverlet dat verweerder altijd, ook als een medisch onderzoek is verricht, oog moet houden voor signalen waaruit blijkt van het bestaan van een behoefte aan bijzondere procedurele waarborgen. Artikel 24, eerste lid, van de Procedurerichtlijn is een minimumnorm, die niet verder strekt dan dat moet worden beoordeeld of bijzondere procedurele waarborgen nodig zijn. Dit betekent dat verweerder in beginsel ook gunstiger regelingen mag vaststellen en mag bepalen dat een medisch onderzoek wordt verricht naar de vraag of de vreemdeling bijzondere procedurele waarborgen behoeft. Daarbij mag verweerder ook bepalen dat deze gunstigere regeling niet geldt voor één of meer specifieke categorieën asielzoekers, maar moet daarvoor dan wel een goede rechtvaardiging geven. In dit geval is een dergelijke rechtvaardiging niet gegeven. Verweerder heeft aangegeven dat asielverzoeken van vreemdelingen die afkomstig zijn uit een veilig land van herkomst op basis van alleen die afkomst in spoor 2 worden behandeld. Het doel van spoor 2 is, volgens Werkinstructie 2021/14, om een groep vreemdelingen van wie de aanvragen niet kansrijk zijn, efficiënt en snel door de procedure te geleiden zodat zij niet onnodig lang plekken bezet houden in de opvang. Het enkele feit dat een vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst zegt niets over het al dan niet bestaan van een behoefte aan bijzondere procedurele waarborgen en is daarom onvoldoende rechtvaardiging. Ook de doelmatige afhandeling van aanvragen ten aanzien waarvan volgens verweerder het rechtsvermoeden bestaat dat geen bescherming nodig is, vormt onvoldoende rechtvaardiging voor het maken van het onderscheid. Bij een asielverzoek staat voorop dat de vreemdeling gegronde vrees voor vervolging kan hebben, dan wel een reëel risico kan lopen op een in artikel 3 van het EVRM verboden behandeling, ook als het rechtsvermoeden bestaat dat bescherming niet nodig is. De vreemdeling kan dat rechtsvermoeden weerleggen door middel van onder meer zijn eigen verklaringen waarom in zijn specifieke geval het land van herkomst niet als veilig kan worden aangemerkt. Ook voor deze categorie asielzoekers vormt het gehoor dus een belangrijk onderdeel van de asielprocedure. Dat betekent dat ten tijde van het gehoor in ieder geval deugdelijk moet zijn beoordeeld of de vreemdeling gehoord kan worden en of bijzondere procedurele waarborgen nodig zijn, met name of sprake is van fysieke of psychische beperkingen waarmee verweerder bij het horen en beslissen rekening moet houden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
