Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2022:598

Rechtbank Den Haag · 14-01-2022 · zaaknummer AWB 21/409

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 01-02-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Terugkeerbesluit. Inreisverbod voor de duur van 20 jaar. Eiser is twee maal veroordeeld wegens voorbereiding van misdrijven met een terroristisch oogmerk en deelneming aan een terroristische organisatie. Actualiteitscriterium. Evenredigheidsbeginsel. Art. 3 EVRM. Actualiteitscriterium: vormt eiser een actueel en daadwerkelijk gevaar Verweerder heeft terecht op het standpunt gesteld dat eiser door zijn persoonlijk gedrag een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Daarbij heeft verweerder zich, anders dan eiser meent, niet beperkt tot het persoonlijk gedrag van eiser op basis van de huidige straf, maar heeft hij de aard en ernst van de strafbare feiten, de impact van die strafbare feiten op de samenleving en het recidivegevaar in zijn afweging betrokken. Verweerder heeft ter onderbouwing mogen wijzen op verschillende passages uit het arrest van het gerechtshof van 6 oktober 2017 en het vonnis van de rechtbank van 8 oktober 2020. Daaruit blijkt dat eiser twee maal is veroordeeld wegens voorbereiding van misdrijven met een terroristisch oogmerk en deelneming aan een terroristische organisatie. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat ernstig rekening dient te worden gehouden met gevaar voor herhaling van vergelijkbare feiten. De rechtbank volgt eiser niet in de stelling dat hij geen actueel gevaar is voor de samenleving omdat hij nog jarenlang gevangen zal zitten. De redenen van openbare orde en nationale veiligheid die ten grondslag liggen aan het inreisverbod, mogen uitsluitend gebaseerd zijn op het persoonlijk gedrag van eiser. De omstandigheid dat eiser is gedetineerd en pas over jaren uitzicht heeft op invrijheidstelling, heeft geen betrekking op zijn persoonlijk gedrag, maar op de omstandigheden van zijn verblijf. Die omstandigheid weegt dan ook niet mee bij de beoordeling van de actualiteit van het gevaar voor de samenleving. De rechtbank wijst ter ondersteuning op het arrest van het Hof van Justitie van 13 juli 2017/. De aard en ernst van de strafbare feiten, de impact van die strafbare feiten op de samenleving en het recidivegevaar rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank dat verweerder een inreisverbod voor de duur van 20 jaar heeft opgelegd. Evenredigheidsbeginsel: is het proportioneel om de samenleving d.m.v. een inreisverbod te beschermen? Naar het oordeel van de rechtbank maakt de omstandigheid dat eiser nu in verband met zijn detentie niet kan worden uitgezet naar Irak, het terugkeerbesluit met inreisverbod niet zonder zin voor de Nederlandse maatschappij. Op grond van het terugkeerbesluit dient eiser na zijn detentie zelfstandig te vertrekken uit Nederland en de EU. Het inreisverbod krijgt pas rechtskracht nadat eiser de EU daadwerkelijk heeft verlaten. Hiermee wordt gewaarborgd dat eiser na zijn detentie uit de EU zal vertrekken en gedurende 20 jaar na zijn vertrek niet mag terugkeren naar de EU. Deze beveiliging van de Nederlandse samenleving (en de samenleving van de andere EU-landen) wordt niet met de detentie van eiser bereikt. Eiser heeft niet aangegeven welke nadelen het voor hem oplevert dat er nu al een vertrekplicht op hem rust waar hij pas na zijn detentie uitvoering aan kan geven. Ook overigens heeft eiser geen omstandigheden aangevoerd die de conclusie rechtvaardigen dat het bestreden besluit onevenredig is. Is het terugkeerbesluit voortijdig? De rechtbank is van oordeel dat het terugkeerbesluit niet voortijdig is. Als gevolg van de intrekking van het Nederlanderschap van eiser, heeft hij niet langer rechtmatig verblijf. Verweerder is op grond van het bepaalde in artikel 6 Terugkeerrichtlijn gehouden om een terugkeerbesluit te nemen. Dat eiser vanwege zijn detentie geen gevolg kan geven aan dit besluit, doet hieraan niet af. Bij het uitvaardigen van het terugkeerbesluit en het opleggen van het inreisverbod moet verweerder rekening houden met de feiten en omstandigheden ten tijde van het bestreden besluit. Bij het uitvaardigen van het terugkeerbesluit moet het beginsel van non-refoulement als bedoeld in artikel 5 Terugkeerrichtlijn worden geëerbiedigd. Dat betekent echter niet dat verweerder nu al moet beoordelen of een eventuele uitzetting van eiser na zijn detentie tot schending van het beginsel van non-refoulement zal leiden. Als verweerder na de detentie van eiser tot uitzetting van eiser naar Irak wil overgaan, zal verweerder op dit punt een nieuwe afweging moeten maken. Dit gaat niet ten koste van de rechtsbescherming van eiser. Eiser kan gedurende het eventuele uitzettingsproces op ieder moment een asielaanvraag indienen. Ook kan hij uiteindelijk bezwaar maken tegen zijn feitelijke uitzetting en om een voorlopige voorziening verzoeken. Art. 3 EVRM Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. Eiser wijst ter onderbouwing naar bronnen die handelen over de situatie waarin ontheemden uit voorheen door ISIS beheerste gebieden verkeren. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat de positie van deze personen, die mogelijk daadwerkelijk in Irak deel hebben uitgemaakt van ISIS, of die beweging hebben ondersteund, en niet zijn berecht, een geheel andere is dan die van eiser bij terugkeer naar Irak. Eiser heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit zou moeten blijken dat zijn situatie gelijk is aan die van ontheemden uit voorheen door ISIS beheerste gebieden. Verder heeft eiser ook onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat hij zodanig is verwesterd dat hij zich niet meer zou kunnen aanpassen aan de samenleving in Irak (KAR). Ook overigens heeft eiser onvoldoende aangevoerd om het door hem gestelde reële risico op schending van artikel 3 EVRM te onderbouwen. Voor zover eiser van mening is dat hij recht heeft op toelating als vluchteling, ligt het op zijn weg om een daartoe strekkende aanvraag in te dienen

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.