Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2022:5895

Rechtbank Den Haag · 03-06-2022 · zaaknummer AWB 20/6960

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 21-06-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De aanvraag van de ouders op grond van overige humanitaire redenen heeft verweerder in redelijkheid kunnen afwijzen. De ouders hebben inmiddels een verblijfsrecht op grond van EU-recht. Er is geen schrijnende situatie. Ook de kinderen hebben inmiddels verblijfsrecht op grond van EU-recht. Dat neemt niet weg dat verweerder hun aanvraag op grond van 8 EVRM had moeten herbeoordelen. Naast een verblijfsrecht kan immers een aanvraag worden gedaan op grond van 8 EVRM. Verweerder heeft geen herbeoordeling verricht met inachtneming van de eerdere uitspraak van de rechtbank; hij heeft niet de door de rechtbank genoemde belangen en omstandigheden in zijn besluitvorming betrokken. Het beroep van de kinderen is daarom gegrond. De rechtbank overweegt verder dat de kinderen hun hele leven in Nederland hebben doorgebracht en een omvangrijk privéleven in de zin van 8 EVRM hebben. Daaraan moet een zwaar gewicht worden toegekend volgens Werkinstructie 2020/16. De orthopedagogische rapportage ondersteunt dat. Nu de ouders al aan EU-recht een verblijfsrecht ontlenen, kan verweerder het risico dat de ouders van een verblijfsrecht van de kinderen gebruik maken om een eigen verblijfsrecht te verkrijgen, niet meer tegenwerpen. De rechtbank neemt in aanmerking dat het recht op privéleven een fundamenteel recht is, dat de kinderen onverminderd belang hebben bij het verkrijgen van een eigen, niet van hun ouders afhankelijk verblijfsrecht dat ongehinderde voortzetting van hun privéleven in Nederland mogelijk maakt en dat aan dat recht van de kinderen op privéleven een groot gewicht toekomt. Daarom is een intensievere toetsing van verweerders besluit om geen toepassing te geven aan zijn bevoegdheid om de kinderen een verblijfsvergunning te verlenen op grond van artikel 8 EVRM in dit geval op zijn plaats. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022. Aldus toetsend concludeert de rechtbank dat het belang van verweerder bij het bestreden besluit, bestaande uit het algemene belang zoals dat wordt gediend met het geldende migratiebeleid, gering is. De kinderen en hun ouders verblijven immers al rechtmatig in Nederland en dat zal naar verwachting ook zo blijven. Het bestreden besluit is dus geenszins effectief als het gaat om het dienen van dat algemene belang. Het belang van de kinderen bij verkrijging van een eigen verblijfsrecht is daarentegen groot. Voor de kinderen is de afwijzing van hun aanvraag in verhouding tot het gering belang van verweerder daarbij, naar het oordeel van de rechtbank dan ook onredelijk bezwarend. De handhaving van de afwijzing van de aanvraag van de kinderen in het bestreden besluit is daarom in strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Ook hierom is het beroep gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.