ECLI:NL:RBDHA:2022:5724
Rechtbank Den Haag · 15-06-2022 · zaaknummer NL22.6989 VERWIJZINGSUITSPRAAK
Inhoudsindicatie
Prejudiciële vragen deelbaarheid interstatelijk vertrouwen – Dublin Polen – de rechtbank legt voor de derde keer vragen voor aan het Hof over de verhouding tussen stelselmatige pushbacks, standaardmatige detentie, het GEAS en het interstatelijk vertrouwen nadat vergelijkbare vragen in Dublin Malta en Dublin Kroatië door de rechtbank moesten worden ingetrokken omdat de bestreden besluiten in die procedures na verwijzing werden ingetrokken. De rechtbank overweegt, gelet op hetgeen ter zitting door verweerder naar voren is gebracht, dat met het stellen van deze prejudiciële vragen niet wordt beoogd om pushbacks en/of andere mensenrechtenschendingen “te sanctioneren”. De rechtbank stelt vragen over de uitleg van het Unierecht omdat zij dit noodzakelijk acht om uitspraak in het hoofdgeding te kunnen doen. De nationale rechter heeft een eigen verantwoordelijkheid als hoeder van het Unierecht en de eenduidige uitleg hiervan en heeft bovendien als opdracht (aanvullende) rechtsbescherming te bieden in individuele gevallen. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld hoe het Unierecht moet worden uitgelegd als het interstatelijk vertrouwensbeginsel is gebaseerd op de vooronderstelling dat de lidstaten de naleving van grondrechten waarborgen, terwijl diezelfde lidstaten stelselmatig grondrechten van derdelanders aan de buitengrenzen schenden door pushbacks en onrechtmatige detentie. Anders dan verweerder ter zitting heeft betoogd, overweegt de rechtbank dat bij dergelijke feiten niet uitsluitend bij de Europese Commissie een taak en bevoegdheid ligt, maar ook bij de nationale rechter en de beide Europese Hoven. Daargelaten dat de rechtbank beantwoording van de vragen door het Hof noodzakelijk acht om uitspraak in het hoofdgeding te kunnen doen, laat de Europese Commissie bij het al dan niet gebruikmaken van haar bevoegdheden -kennelijk- andere argumenten dan het waarborgen van grondrechten te allen tijde en voor eenieder meewegen. De rechtbank verwijst hierbij naar de berichtgeving van 1 juni 2022 waarbij de Commissie een steunplan voor Polen accordeert, daardoor aanzienlijke steungelden beschikbaar stelt, maar een compromis lijkt te sluiten ten aanzien van de Rule of Law en de rechtstaat in Polen en daarmee ten aanzien van de Europese Rule of Law en de rechtstaat in Europa. De rechtbank wijst hierbij op berichten en brieven van Europese rechtersverenigingen. De rechtbank acht een nadere precisering door het Hof noodzakelijk om uitspraak te kunnen doen in het hoofdgeding en acht bovendien het belang dat het Hof van Justitie van de Europese Unie duiding geeft over de verhouding tussen - kort gezegd - de pushbacks, standaardmatige detentie van derdelanders, het GEAS en de fundamenten van de Unie aanzienlijk en lidstaat-overstijgend.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
