ECLI:NL:RBDHA:2022:5703
Rechtbank Den Haag · 12-05-2022 · zaaknummer AWB 21/5917
Inhoudsindicatie
Eiser bevond zich op een schip dat vanuit Vlissingen via de Noordzee de haven van Amsterdam is binnen gevaren. Verweerder heeft in Amsterdam de toegang geweigerd. De rechtbank oordeelt dat verweerder in dit geval een grenscontrole heeft mogen uitvoeren, maar dat eiser de toegang ten onrechte is geweigerd. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser het doel en de omstandigheden van zijn voorgenomen verblijf niet had aangetoond, omdat hij niet zou hebben aangetoond dat hij op korte termijn zou vertrekken. Ondanks dat eiser niet in het bezit was van een vliegticket heeft hij namelijk voldoende andere bewijsmiddelen overgelegd om dit aan te tonen. Ook heeft verweerder ten onrechte tegengeworpen dat eiser een gevaar zou zijn voor de volksgezondheid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser aangetoond dat hij als zeevarende is uitgezonderd van de inreisbeperkingen als gevolg van de Covid-19 maatregelen. Beroep gegrond, de rechtbank ziet aanleiding om zelf te voorzien.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
