ECLI:NL:RBDHA:2022:504
Rechtbank Den Haag · 14-01-2022 · zaaknummer C/09/620567 / JE RK 21-2683
Inhoudsindicatie
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor een ondertoezichtstelling (art. 1:255 lid 1 BW) en machtiging uithuisplaatsing (art. 1:265b lid 1 BW) nog onverkort aanwezig zijn. De kinderrechter vindt het betreurenswaardig dat de start van het NIFP-onderzoek zo lang op zich laat wachten. Gelet op de problematiek van de minderjarige vindt de kinderrechter het echter niet passend om de minderjarige nu thuis te plaatsen. Er dient eerst duidelijkheid te zijn over de opvoedbehoeften van de minderjarige en de opvoedvaardigheden en persoonlijkheidsstructuur van de ouders. Tot er duidelijkheid is over het opvoedperspectief dient de minderjarige in het pleeggezin te blijven. De kinderrechter vindt het niet in het belang van de minderjarige, die al signalen van een verstoorde hechting laat zien, dat hij/zij bij (een van) de ouders wordt geplaatst en deze beslissing mogelijk later moet worden teruggedraaid.
Rechters
Advocaten
- E.M. Buijs-van Bemmel
- E.W. van der Voet
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
