ECLI:NL:RBDHA:2022:498
Rechtbank Den Haag · 14-01-2022 · zaaknummer C/09/620722 / JE RK 21-2699
Inhoudsindicatie
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor een ondertoezichtstelling (art. 1:255 lid 1 BW) en machtiging uithuisplaatsing (art. 1:265b lid 1 BW) nog onverkort aanwezig zijn. De kinderrechter vindt het voldoende aannemelijk dat de ouders en met name de moeder ondanks intensieve hulpverlening onvoldoende leerbaar is en niet kan voorzien in de opvoedbehoeften van de kinderen. Dat wordt bevestigd door de grote stappen die de kinderen na de uithuisplaatsing in hun ontwikkeling hebben gezet. De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat de kinderen opgroeien in het gezinshuis, waar zij de juiste hulp en begeleiding krijgen die zij nodig hebben.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
