ECLI:NL:RBDHA:2022:4596
Rechtbank Den Haag · 20-04-2022 · zaaknummer AWB 21/3578 en AWB 21/3579
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom er tussen eiser en zijn ex-partner voorafgaand aan het huwelijk geen duurzame relatie was en dat artikel 8.15, vierde lid, van het Vb toepassing mist. Door alleen een gezamenlijke huishouding en feitelijke samenwoning als bewijs van de gestelde duurzame relatie voorafgaand aan het huwelijk te accepteren en geen acht te slaan op de overige door eiser overgelegde stukken, geeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank een te beperkte uitleg aan het begrip ‘deugdelijk bewezen duurzame relatie’. De rechtbank acht in dat kader van belang dat verweerder zich op het standpunt stelt dat niet wordt getwijfeld aan de oprechtheid van de relatie voorgaand aan het huwelijk.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
