ECLI:NL:RBDHA:2022:4484
Rechtbank Den Haag · 02-05-2022 · zaaknummer 20/3255
Inhoudsindicatie
Pw. Intrekking, herziening en terugvordering. Schending inlichtingenplicht, waardoor in de periode van 6 maart 2017 tot en met 31 maart 2019 het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Niet aannemelijk gemaakt dat eiser, wanneer hij de inlichtingenplicht wel volledig zou zijn nagekomen, in het relevante tijdvak een te honoreren aanspraak op (aanvullende) bijstand zou hebben gehad. Verweerder was gehouden tot intrekkking en terugvordering. Ten aanzien van de periode van 1 april 2019 tot en met 31 mei 2019 heeft eiser op 1 april 2019 doorgegeven aan verweerder dat zijn uitkering gestopt kon worden, omdat hij voor zichzelf wilde beginnen. Van 1 april 2019 tot en met 31 mei 2019 geen recht meer op bijstand. Verweerder was bevoegd tot intrekking en terugvordering.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
