ECLI:NL:RBDHA:2022:44
Rechtbank Den Haag · 05-01-2022 · zaaknummer NL21.19189
Inhoudsindicatie
Vervolgberoep bewaring o.g.v. 59, eerste lid onder a van de Vw 2000. Als er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering meer is, is de bewaring niet langer gerechtvaardigd. Volgens eiser is er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering meer omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) de voorlopige voorziening heeft getroffen dat eiser niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep inzake het aan hem opgelegde terugkeerbesluit is beslist. De rechtbank is van oordeel dat de door de Afdeling getroffen voorlopige voorziening een feitelijke belemmering is die aan de uitzetting van eiser aan de weg staat. Deze belemmering is echter tijdelijk en staat op zichzelf niet aan de weg aan de rechtmatigheid van de bewaringsmaatregel. Dit is anders als er aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat niet binnen afzienbare tijd door de Afdeling op het hoger beroep inzake het terugkeerbesluit beslist zal worden beslist. Volgens de rechtbank zijn dergelijke aanknopingspunten niet aanwezig. Dit betekent dat het zicht op uitzetting nog steeds aanwezig is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
