ECLI:NL:RBDHA:2022:434
Rechtbank Den Haag · 24-01-2022 · zaaknummer AWB 21/5836
Inhoudsindicatie
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om te bepalen dat verweerder hem een verblijfssticker en een arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan, tewerkstellingsvergunning niet vereist’ verstrekt. Ten tijde van de behandeling van het verzoek had verzoeker rechtmatig verblijf op grond van de behandeling van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning. Dit leidt echter niet tot verstrekking van de gevraagde arbeidsmarktaantekening omdat verzoeker niet beschikt over een mvv terwijl hij in principe wel een mvv-plichtige vreemdeling is. Bovendien is het rechtmatig verblijf op grond van deze aanvraag inmiddels geëindigd bij besluit van 28 december 2021. De voorzieningenrechter overweegt verder dat verzoeker geen rechtmatig verblijf ontleent aan de aangifte van 21 oktober 2020. De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in het betoog dat hij op grond van de bedenktijd ingevolge artikel 8, onder k, van de Vw rechtmatig verblijf heeft. Het beroep heeft geen redelijke kans van slagen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
