ECLI:NL:RBDHA:2022:4099
Rechtbank Den Haag · 28-04-2022 · zaaknummer 21 _ 4525
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de waarde van de woning op waardepeildatum 1 januari 2020 vastgesteld op € 460.000. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de waarde aannemelijk heeft gemaakt en voldoende rekening heeft gehouden met de verschillen tussen de woning en de referentieobjecten. Dat de gemachtigde van eiser niet beschikt over de in de bezwaarfase overgelegde stukken aan eiser toenmalige gemachtigde, komt voor rekening en risico van eiser. Daarbij overweegt de rechtbank nog dat verweerder slechts de gegevens die ten grondslag liggen aan de waardebepaling voor eiser ter inzage dient te leggen. Een in de beroepsfase opgemaakte waardematrix behoort daar niet bij. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de gemeente Pijnacker-Nootdorp
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Pijnacker-Nootdorp
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
