ECLI:NL:RBDHA:2022:3856
Rechtbank Den Haag · 26-04-2022 · zaaknummer C/09/611523 / HA RK 21-190
Inhoudsindicatie
Verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen. Zelfs als wordt aangenomen dat verzoekster het Nederlanderschap via zhaar vader heeft verkregen door afstamming – waarover de rechtbank geen oordeel geeft – zij de Nederlandse nationaliteit in ieder geval van rechtswege heeft verloren. De rechtbank overweegt daartoe dat vast staat dat de vader van verzoekster ingevolge artikel 15 lid 1, aanhef en onder c RWN het Nederlanderschap heeft verloren, zodat artikel 16 lid 1 onder d RWN op verzoekster van toepassing is. Het beroep van verzoekster op artikel 16 lid 2, aanhef en onder e RWN faalt. Dit artikelonderdeel ziet op het behoud van het Nederlanderschap van minderjarigen bij de vrijwillige verkrijging van een vreemde nationaliteit. In het geval van verzoekster is geen sprake van een dergelijke verkrijging van een vreemde nationaliteit. Verzoekster verkreeg door geboorte van rechtswege de Nederlandse nationaliteit. Het beroep van verzoekster op de unierechtelijke evenredigheidstoets slaagt niet.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- D. Rezaie
- J.E.A. Pesch
Partijen
[verweerster]
verweerster · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
