ECLI:NL:RBDHA:2022:3681
Rechtbank Den Haag · 23-03-2022 · zaaknummer NL22.3415
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser in Oostenrijk internationale bescherming geniet. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit onvoldoende heeft gemotiveerd met het standpunt dat eiser bescherming geniet omdat hij zelf zou hebben verklaard dat zijn vreemdelingenpas tot 26 maart 2022 geldig is. Dit geldt ook voor het standpunt dat dit volgt uit het gegeven dat het vreemdelingenpaspoort van eiser geldig is tot 2 juli 2022 is. Van belang hierbij acht de rechtbank dat uit Eurodac niet kan worden opgemaakt of er bescherming is verleend en of deze bescherming nog geldig is. Verder heeft eiser onweersproken gesteld dat uit artikel 9 van de Oostenrijkse Asylgesetz 2005 volgt dat het verblijfsrecht wordt beëindigd als de vreemdeling het middelpunt van zijn bestaan verplaatst en is door verweerder niet betwist dat eiser sinds augustus 2020 Oostenrijk heeft verlaten. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
