Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2022:2986

Rechtbank Den Haag · 01-04-2022 · zaaknummer NL21.12845

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De rechtbank oordeelt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het feit dat referent ten tijde van de indiening van onderhavige mvv-aanvraag genaturaliseerd was tot Nederlander (en dus geen vreemdeling meer was als bedoeld in artikel 1 van de Vw), tot gevolg heeft dat eiser niet in aanmerking komt voor een van referent afgeleide asielvergunning op grond van nareis (zie ECLI:NL:RVS:2019:3697). Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verweerder onderhavige mvv-aanvraag terecht heeft afgewezen. Verweerder behoefde in het bestreden besluit niet te beoordelen of eiser wel aan de overige vereisten voor nareis, zoals het bestaan van een feitelijke gezinsband, voldoet. Verweerder heeft in het bestreden besluit echter niet deugdelijk gemotiveerd waarom hij in deze zaak geen gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om ambtshalve te beoordelen of eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM (zie ECLI:NL:RVS:2022:187, waarin de Afdeling zich heeft uitgelaten over de ‘doortoetsingsbevoegdheid’ in artikel 3.6b, aanhef en onder c, van het Vb). Gelet hierop zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met artikel 7:12 van de Awb. De rechtbank onderzoekt hierna de mogelijkheid van definitieve geschilbeslechting. In de brief van 16 februari 2022 heeft verweerder toegelicht wat deze Afdelingsuitspraak volgens hem betekent voor zijn in het bestreden besluit ingenomen standpunt dat er in deze zaak geen aanleiding bestaat om door te toetsen aan artikel 8 van het EVRM. In deze brief heeft verweerder zich primair op het standpunt gesteld dat artikel 3.6b, aanhef en onder c, van het Vb niet van toepassing is op nareizigers voor wie om een mvv wordt gevraagd, omdat zij zich niet in Nederland bevinden. In deze brief heeft verweerder zich subsidiair op het standpunt gesteld dat hij geen aanleiding ziet om in deze zaak ambtshalve te beoordelen of eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 van het EVRM daartoe heeft verweerder de volgende toelichting gegeven. De rechtbank is van oordeel, in aanmerking genomen de beoordelingsruimte die verweerder in dit kader heeft, dat verweerders toelichting op zijn subsidiaire standpunt in de basis als een deugdelijke motivering heeft te gelden van zijn beslissing om in deze zaak geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid op grond van artikel 3.6b, aanhef en onder c, van het Vb om ambtshalve te beoordelen of eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM. De rechtbank hecht er wel aan op te merken dat er zich uitzonderlijke omstandigheden kunnen voordoen waardoor het voor een vreemdeling onmogelijk of onevenredig bezwarend is om een aparte ‘artikel 8 EVRM-aanvraag’ in te dienen en de daarop volgende besluitvormingsprocedure af te wachten. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder met zijn brief van 16 februari 2022 – en meer specifiek met de daarin opgenomen toelichting op het subsidiaire standpunt – in combinatie bezien met zijn toelichting ter zitting, het aan het bestreden besluit klevende motiveringsgebrek heeft hersteld. Gelet op het voorgaande bepaalt de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit geheel in stand blijven. Dit betekent dat het beroep weliswaar gegrond is, maar dat eiser inhoudelijk geen gelijk krijgt in de zaak.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.