ECLI:NL:RBDHA:2022:2641
Rechtbank Den Haag · 24-03-2022 · zaaknummer NL21.16269
Inhoudsindicatie
Op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND is het niet meer mogelijk (bestuurlijke en rechterlijke) dwangsommen te verbeuren in een asielzaak. De rechtbank overweegt dat met de afschaffing van deze dwangsomregeling Unierecht ten uitvoer wordt gebracht. Omdat Unierechtelijke procedurele voorschriften ontbreken geldt het uitgangspunt van procedurele autonomie. Wel moeten de nationale regels voldoen aan de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid/effectiviteit. De rechtbank is van oordeel dat de specifieke kenmerken van de asielprocedure, in combinatie met het feit dat gebleken is dat dwangsommen averechts blijken te werken in de asielprocedure, maken dat de asielprocedure niet vergelijkbaar is met andere nationale bestuursrechtelijke procedures. Het beroep op het gelijkwaardigheidsbeginsel slaagt daarom niet. Verweerder heeft ook voldoende gemotiveerd waarom de afschaffing van dwangsommen niet in strijd hoeft te zijn met het doeltreffendheidsbeginsel. De rechtbank is echter van oordeel dat artikel 47 van het Handvest in de weg staat aan het afschaffen van een rechterlijke dwangsom als daar geen alternatief voor in de plaats gesteld wordt. Het enkele feit dat een vreemdeling beroep kan instellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit in de asielprocedure is in dat kader naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. De rechtbank verklaart artikel 1 van de Tijdelijke wet, voor zover daarin is bepaald dat artikel 8:72, zesde lid van de Awb niet van toepassing is op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, onverbindend wegens strijd met artikel 47 van het Handvest. Nu verweerder de beslistermijn heeft overschreden zal verweerder alsnog binnen 8 weken moeten beslissen op de asielaanvraag. Daarbij legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op. Beroep gegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
